04/06/18
Patiënten die in aanmerking komen voor een orgaantransplantatie kunnen antistoffen vertonen gericht tegen de HLA-antigenen van de donor (donor specifieke HLA-antistoffen, DSA) met een verhoogde kans tot humorale afstoting van het orgaan. DSA ontstaan doordat het immuunsysteem vreemde eiwitten kan waarnemen zoals bij zwangerschap, bloedtransfusies en eerdere transplantaties en als niet-eigen beschouwt.
In kader van een orgaantransplantatie zal een kruisproef uitgevoerd worden om na te gaan of de patiënt DSA heeft. Hierbij worden de lymfocyten van de donor en serum van de ontvanger bij elkaar gevoegd. Met de CDC (complement-dependent cytotoxicity) kruisproef worden de cytotoxische DSA aangetoond. Indien de kruisproef positief is door IgG HLA-antistoffen betekent dit een contra-indicatie voor transplantatie wegens een sterk verhoogd risico op hyperacute rejectie. DSA die niet cytotoxisch zijn, impliceert echter ook een verhoogd risico op humorale rejectie. Vandaar dat HILA recent een meer gevoelige flowcytometrische kruisproef (FCXM) heeft geïmplementeerd. Met behulp van fluorochroom-gelabelde antistoffen, specifiek voor IgG immunoglobulinen, kan er aangetoond worden of er IgG antistoffen aan de lymfocyten gebonden zijn, dus niet enkel de cytotoxische antistoffen. De binding van deze antistoffen wordt elektronisch afgelezen met behulp van een flowcytometer. Met de introductie van deze flowcytometrische kruisproef is een betere adviesverlening mogelijk bij een orgaanaanbod voor een specifieke patiënt. HILA heeft het EFI en ISO 15189 kwaliteitscertificaat behaald voor dit onderzoek.